Ambon. Hét Molukse eiland dat bekend staat om de tweestrijd tussen christenen en moslims. Sinds de religieuze oorlog in 2002 eindigde is een nieuwe generatie opgestaan, die dit nooit meer wil meemaken. Er zijn de laatste jaren veel organisaties opgericht die op eigen wijze de religies bij elkaar willen brengen. Masyrakat Indonesia Cipta (MIC) doet dit bijvoorbeeld door middel van kunst.


Een donker atelier. Er ligt veel zand op de grond, er is weinig licht en er wordt gewerkt aan kunst. Kartonnen schilderijen, uitgeknepen verftubes en beeldhouwwerken. “Met vijf verschillende kunstenaars proberen wij christenen en moslims samen te brengen. Van jongs af aan krijg je mee dat de andere religie slecht is. Wij willen ze door middel van kunst laten zien dat dit niet klopt.”

Ronald Reagan, niet de Amerikaanse oud-president, maar een lokale dichter en traditionele danser, maakt deel uit van MIC. Reagan schrijft gedichten voor onder andere een kinderboek. Het verhaal gaat over harmonie en vrede. Dit is een van de manieren waarop MIC zijn werk doet. Schilder Tess Saiya doet dit bijvoorbeeld door middel van straatschilderingen. “Op die manier hoop ik dat allerlei verschillende mensen het zien. Meestal staan er zowel christenen als moslims naar te kijken. Ze raken vaak met elkaar in gesprek.” In het atelier is Saiya bezig met een schilderij waar twee armen op zijn afgebeeld, die elkaar bij de polsen vasthouden. “Deze schildering gaat over de islam en het christendom, ze moeten respecteren. Elkaar weer omarmen.”

Vrede door kunst
Rudi Fofid is de ‘vader’ van de Ambonese MIC. “De organisatie is verspreid over heel Indonesië, wij houden ons alleen bezig op het Molukse eiland.” Fofid vindt het erg belangrijk dat organisaties zich inzetten voor vrede. “Mensen moeten beseffen dat de oorlog over is. De nutteloze strijd waardoor ons eiland kapot is gemaakt is voorbij. Nu is het tijd voor vrede.” Dat streven is nog lang niet bereikt op Ambon. Nog steeds zijn er aparte wijken en scholen voor moslims en christenen. “Dit komt voornamelijk doordat mensen het zo gewend zijn, niet doordat dorpen onderling ruzie hebben. Als ze elkaar nu zouden ontmoeten en in gesprek zouden gaan, verandert dit hopelijk.”