Kerusuhan
De Kerusuhan is de burgeroorlog op de Molukken tussen christenen en moslims, die tussen 1999 en 2002 voor duizenden doden, verwoestingen en honderdduizenden vluchtelingen zorgde.
Aanleiding
Op 19 januari 1999, de dag dat de islamitische gemeenschap het einde van de Ramadan vierde, vond op Ambon een ruzie plaats tussen een christelijke buschauffeur en een islamitische Buginees. Dit incident escaleerde binnen enkele uren tot gevechten en leidde binnen enkele dagen tot een grootschalig interetnisch en interreligieus conflict tussen christenen en moslims dat drie jaar voortduurde.
Achterliggende oorzaken
Het transmigratiebeleid dat-Soeharto al in 1967 begon had tot doel om ruimte te bieden aan de bevolking op onder meer Java door deze naar minder dicht bevolkte gebieden te verhuizen. Tegelijkertijd zou met dit beleid de totstandkoming van de Indonesische eenheidsstaat worden bevorderd. Op de Molukken leidde het beleid van de ‘Orde Baru’ tot toenemende spanningen tussen transmigranten en de oorspronkelijke Molukse bewoners.
De instroom van de vele moslim migranten uit andere delen van Indonesië had een disbalans tot gevolg in de traditionele samenleving en onderlinge verhoudingen. Dit leidde tot meer spanningen op gebruik en bezit van land maar verstoorde vooral het bestaande evenwicht tussen christenen en moslims.
De val van Soeharto in 1998 werd gevolgd door een steeds luider wordende eis van met name de studenten die wilden dat de aanzienlijke macht van de Golkar partij en het leger moest worden teruggebracht. Dit was het gevolg van de roep van de ‘Reformasi’ na het einde van de ‘Orde Baru’.
Ook duizenden studenten van de universiteiten op Ambon gingen massaal de straat op en uitten hun ongenoegen met grote demonstraties tegen de rol en invloed van het leger. Het leger werd opgeroepen hun zogenaamde ‘dwifungsi’ (dubbelrol) los te laten en terug te keren naar de kazernes.
Op de Molukken was een kruitvat ontstaan dat relatief eenvoudig tot ontbranding zou kunnen komen.
Malino II
Op 13 februari 2002 werd het Malino II-vredesakkoord getekend, dat een einde maakte aan het geweld en de onlusten.
Onbeantwoord
Vragen die tot vandaag de dag onbeantwoord zijn gebleven zijn wat de rol is geweest van de machthebbers in Jakarta en welke rol het leger en andere partijen hebben gespeeld bij het ontstaan en voortduren van het conflict op de Molukken. Bij de vredesbesprekingen van de strijdende partijen is afgesproken vooral de nadruk te leggen bij de toekomst en de traditionele adat verbindingen die het Molukse volk kenmerken. Het beantwoorden van de waarom vraag lag te gevoelig en zou het helingsproces kunnen tegenwerken.
Solidariteit in Nederland
Bij veel Molukkers in Nederland zorgde de situatie op de Molukken voor verontwaardiging, woede, verdriet en een gevoel van grote machteloosheid. Families, dorpsgenoten, vrienden en kennissen op de Molukken hadden dringend hulp nodig. Om de bevolking op de Molukken bij te staan, werden diverse hulporganisaties in het leven geroepen. Deze hulporganisaties hadden als voornaamste doel om ondersteuning te bieden in de basislevensbehoeften, zoals onderdak, voedsel, kleding en medicamenten.
Gaande het conflict werd duidelijk dat het Indonesische leger niet neutraal was en zelfs faciliteerde dat extremistische Jihadstrijders werden overgebracht om de ‘heilige oorlog’ tegen de christenen te voeren. Maluku Tabakar, een initiatief dat werd genomen in de wijken Moordrecht en Bovensmilde, maar al snel landelijk werd door aansluiting van vele andere wijken, deed er alles aan om steun te kunnen bieden in de vorm van zelfverdedigingsmiddelen, zoals automatische wapens, satelliettelefoons, staal- en ijzermateriaal, et cetera.
Om te voorkomen dat het conflict naar Nederland werd geïmporteerd werden meerdere lokale en landelijke initiatieven genomen om de onderlinge vrede te bewaren.

