Toespraak KN mr. J.G. Wattilete bij onthulling monument voor mr. dr. Christiaan Soumokil

22 april 2026

Toespraak KN mr. J.G. Wattilete

Bij de onthulling van het monument voor dr. mr. Christiaan Robbert Steven Soumokil

Vught, zaterdag 11 april 2026

 

Geachte aanwezigen, in het bijzonder Njonja Soumokil, familieleden, landgenoten in het vaderland en alhier,

 

Vandaag onthullen wij niet alleen een monument. Vandaag verbreken wij een stilte. Vandaag zeggen wij in het openbaar wat te lang is weggedrukt of vooruitgeschoven. Vandaag noemen wij de naam van dr. mr. Christiaan Robbert Steven Soumokil: de naam van een man, een echtgenoot, een vader, een jurist, een president en, voor zijn volk, een man van trouw, waardigheid en volharding in de strijd voor de vrijheid van zijn volk.

Deze dag is zwaar. Zij is zwaar omdat dit monument wordt onthuld aan de vooravond van de dag waarop hij, bijna zestig jaar geleden, door de Indonesische staat werd geëxecuteerd. Zij is zwaar omdat met zijn dood niet alleen een mens werd getroffen, maar ook een volk in het hart werd geraakt. En zij is zwaar omdat na die executie niet eens het laatste menselijke minimum werd gegund: zijn stoffelijke resten zijn nooit aan zijn weduwe of familie teruggegeven en de plaats van zijn graf is tot op de dag van vandaag niet bekendgemaakt.

Wie dr. Soumokil slechts ziet als een naam uit het verleden, begrijpt niet welke cruciale betekenis hij in de geschiedenis heeft gehad.

Na zijn middelbare school rondde hij met succes zijn studie rechten aan de Universiteit Leiden af. Daar bleef het niet bij. In 1934 promoveerde dr. Soumokil op het proefschrift “de deskundige in de Nederlands-Indische jurisprudentie.”[1]

Daarna keerde hij terug naar het vroegere Nederlands-Indië.

Hij vervulde vele functies. Hij diende in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, werd door Japanners krijgsgevangen gemaakt, werd verplicht tewerkgesteld aan de Birma spoorlijn.

Hij was minister van Justitie in de regering van de deelstaat Oost-Indonesië (Negara Indonesia Timur). Meerdere keren heeft hij deze ministerspost vervuld. Ook was hij vicepresident van de Negara Indonesia Timur (deelstaat Oost-Indonesië).

Dr. Soumokil was een overtuigd federalist. Hij geloofde dat alle volkeren in het vroegere Nederlands-Indië gelijk waren, dat zij allen recht hadden op zelfbeschikking en dat zij in een federatie in vrijheid samen de toekomst van land en volk konden opbouwen.

In dat licht is van belang te weten, dat dr. Soumokil ook lid was van de onderhandelingsdelegatie die betrokken was bij het tot stand komen van de Overeenkomst van Renville van 17 januari 1948. Dat verdrag heeft, samen met het Verdrag van Linggadjati van 15 november 1946, mede de basis gelegd voor het recht van de volkeren van het vroegere Nederlands-Indië om zelf over hun staatkundige toekomst te beslissen.

Dr. Soumokil kende de inhoud van die verdragen op zijn duimpje. Die kennis lezen wij ook terug in de tekst van de proclamatie van de Republiek der Zuid-Molukken van 25 april 1950, een tekst die juridisch “waterdicht” is onderbouwd.

In die verdragen ligt het recht op zelfbeschikking van de volkeren besloten. Het recht om uiteindelijk via een referendum te kiezen voor een onafhankelijke staat was dan ook niet slechts een belofte. Het ging om een recht dat tussen staten was vastgelegd en dat in de praktijk moest kunnen worden uitgeoefend.

Juist daarom weegt het zwaar dat dit recht door de Republiek Indonesië met geweld is geschonden. Die schending van het recht op zelfbeschikking van het Molukse volk komt ook tot uitdrukking in de proclamatie van de RMS van 25 april 1950.

Nederland heeft dit recht op zelfbeschikking niet verdedigd bij de internationale instanties die juist voor zulke geschillen waren bedoeld, zoals het Hof van Arbitrage of het Internationaal Gerechtshof.[2] Het heeft dat recht uiteindelijk laten wijken voor eigen politieke belangen. Dat is de politieke realiteit.

Het is dan ook wrang te lezen dat de toenmalige verantwoordelijke minister-president, dr. Drees, in 1976 tijdens een lezing voor een studentenvereniging in Groningen, op een vraag over het recht op zelfbeschikking van het Molukse volk antwoordde dat:

“het morele recht hebben zij naar mijn mening, maar óók formeel het recht volgens de overeenkomst, maar het was politiek onmogelijk.”[3]

Juist in de periode dat dr. Drees in Nederland de politieke leiding had, durfde hij zich helaas niet op deze heldere wijze uit te spreken.

Dr. Soumokil was als Minister van Justitie ook voorzitter van de commissie die was belast met het opstellen van de grondwet voor de deelstaat Oost-Indonesië.

Toen ik de preambule van de grondwet van de deelstaat Oost-Indonesië las herkende ik daarin onmiddellijk de gedachte die terugkeert in de preambule die de regering in ballingschap van de Republik Maluku Selatan op 25 april vorig jaar in werking heeft laten treden.

Dit kon geen toeval zijn. Voor mij werd daar zichtbaar dat de cirkel rond was.

Dr. Soumokil was een staatsman. Hij was een jurist. Maar bovenal werd hij de belichaming van het beginsel dat een volk niet door geweld mag worden beroofd van zijn recht om over zijn eigen toekomst te beschikken. Hij koos niet voor de makkelijke weg. Hij koos vol overtuiging voor trouw aan zijn land en volk. Daarvoor heeft hij uiteindelijk de hoogste prijs betaald.

Op 6 februari 1956 schreef hij in een brief aan de algemeen vertegenwoordiger van de Republiek der Zuid-Molukken in Nederland, dr. J.P. Nikijuluw, over de ontberingen, het isolement en de moeilijke leefomstandigheden op Ceram. Die brief eindigt hij met de woorden:

“Wij realiseren ons hier in de binnenlanden van Ceram, dat de weg naar de vrijheid lang is en moeilijk, doch wij zijn evenzeer overtuigd van het feit dat een strijd gebaseerd op het recht, uiteindelijk in een overwinning zal resulteren.”[4]

Hier spreekt een leider die als geen ander wist dat het recht niet altijd snel wint van de macht van de sterkste, maar dat het daardoor niet ophoudt recht te zijn. Tegelijk spreekt

hieruit zijn overtuiging dat het recht door volharding uiteindelijk zal zegevieren. Dat geldt ook voor het recht op zelfbeschikking van het Molukse volk.

Juist daarom staan wij vandaag hier bij dit monument. Niet alleen om terug te kijken, maar vooral ook om de wereld te laten zien dat wij weigeren het onrecht dat het Molukse volk is aangedaan te aanvaarden als ons lot.

Maar wie dr. Soumokil wil eren, moet ook durven uitspreken wat hem, Njonja en Tommy is aangedaan.

In 1964 werd door de toenmalige president Soekarno voor de berechting van dr. Soumokil een buitengewone militaire rechtbank opgericht. In datzelfde jaar lag er ook een formeel uitgewerkte regeling voor de uitvoering van de doodstraf door een vuurpeloton.[5]

Formeel was er sprake van berechting. In werkelijkheid ging het om de uitschakeling van tegenstanders van de Indonesische eenheidsstaat.

Van een eerlijk proces was geen sprake. Tegen de uitspraak stond geen hoger beroep open.

In werkelijkheid ging het om politieke uitschakeling onder de schijn van recht. De uitkomst stond in feite al vast: schuldigverklaring en het opleggen van de doodstraf.

Het vonnis werd door de militaire rechtbank gewezen op 25 april 1964[6]. De keuze voor die datum was geen toeval. Het vonnis was niet alleen bedoeld om de president van de Republiek der Zuid-Molukken ter dood te veroordelen op de datum van de proclamatie van de Republiek der Zuid-Molukken, 25 april, maar ook om langs die weg de Republiek der Zuid-Molukken te vernietigen.

Dr. Soumokil is vermoord door de Indonesische bezetter, maar de Republiek der Zuid-Molukken leeft onverminderd voort!

Wie standhoudt, trouw blijft aan het recht en aan de overtuiging, en beseft dat niemand groter is dan de RMS, zal de RMS-strijd door geen enkel vonnis wankelen.

De meest aangrijpende periode ligt in de laatste weken voor zijn executie. Uit archiefstukken volgt dat van Nederlandse zijde niet helemaal niets is gedaan. Er zijn diplomatieke stappen gezet. Er is in 1964 een beroep gedaan op de Franse regering om haar invloed ten gunste van dr. Soumokil aan te wenden. In juli 1964 heeft de toenmalige minister-president van Nederland Soekarno persoonlijk over de kwestie-Soumokil gesproken. Daarnaast is de Amerikaanse ambassade in Tokio en Manilla gevraagd de betrokken landen in Jakarta te laten interveniëren ten behoeve van dr. Soumokil.

Ook is in gesprekken met Indonesische autoriteiten naar voren gebracht dat het geplande staatsbezoek van Soekarno aan Nederland door een eventuele executie in gevaar zou kunnen komen.

Ook valt te lezen dat in ambtelijke kring is overwogen wijlen koningin Juliana te verzoeken om gratie te laten vragen. Dat zou echter alleen kunnen gebeuren indien met zekerheid vaststond dat dit verzoek zou worden ingewilligd, omdat een weigering tot gezichtsverlies zou leiden. Die zekerheid werd niet verkregen.

Er zijn gesprekken geweest met Adam Malik, de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken. Op de avond voor de executie heeft de Nederlandse ambassadeur Adam Malik persoonlijk bezocht. Het heeft niet mogen baten. Generaal Soeharto, die toen de macht feitelijk al van president Soekarno had overgenomen, heeft de opdracht gegeven dr. Soumokil te executeren.

Ja, het is juist dat Nederland heeft geprobeerd de executie te verhinderen of uit te stellen. Dat moet eerlijk worden gezegd. Maar even eerlijk moet ook het volgende worden gezegd: die inzet was te laat, minimaal en uiterst voorzichtig.[7]

De tragiek van de executie van dr. Soumokil eindigt niet met zijn dood. Zelfs zijn nagedachtenis werd later nog bemoeilijkt.

Uit een memorandum van 11 januari 1968 blijkt dat de Molukse gemeenschap in Moordrecht reeds in 1968 een standbeeld voor dr. Soumokil wilde oprichten. De burgemeester vroeg hiervoor toestemming aan de verantwoordelijke minister in Den Haag. De Ministerraad wees dit verzoek resoluut van de hand. De reactie luidde: dr. Soumokil is als rebel veroordeeld en geëxecuteerd. Het oprichten van een standbeeld heeft een tegen Indonesië gerichte politieke betekenis. De Nederlandse overheid zal daaraan dus geen medewerking mogen verlenen.[8]

Anno 2026 heeft de gemeente Vught – 58 jaar later – laten zien hoe het wel kan, door haar volledige medewerking te verlenen aan het tot stand komen van dit monument. Onze dank hiervoor. Deze dank gaat ook uit naar de Stichting Tugu Soumokil en in het bijzonder de heer Johnny Manuhutu. Dankzij hun inzet is het monument gerealiseerd.

De komst van Soeharto in 1970 was dan ook een schoffering van het Molukse volk en de RMS. Hoe haalt een regering het in haar hoofd om vier jaar na de executie de opdrachtgever van de moord op dr. Soumokil uit te nodigen voor een staatsbezoek? Het blijft tot op de dag van vandaag onbegrijpelijk en uiterst pijnlijk. Dit klemt te meer daar

de actie Wassenaar op 31 augustus 1970 het begin is geweest van de radicalisering van Molukse jongeren, gepaard gaande met gewelddadige acties in de jaren zeventig.

Wat dr. Soumokil zijn echtgenote Njonja, zijn familie en het Molukse volk na de executie is aangedaan, snijdt nog dieper.

De executie van een politiek tegenstander is staatsgeweld in de ultieme vorm. Maar het onthouden van de stoffelijke resten van dr. Soumokil aan zijn weduwe, zijn familie en zijn volk is een vorm van wreedheid die niet ophoudt bij de dag van zijn executie. En die ook niet eindigt bij de onthulling van dit monument ter nagedachtenis van dr. Soumokil. Het is een geestelijke marteling die voortduurt. Voor Njonja en Tommy moeten deze gevoelens als een dagelijkse kwelling zijn ervaren.

Een monument is nodig, maar niet genoeg. Indonesië moet bekendmaken waar de stoffelijke resten van dr. Soumokil zijn begraven. De regering van de Republiek der Zuid-Molukken heeft zich daarvoor ingezet.

In het kort geding in verband met de komst van de Indonesische president Yudhoyono in 2010 is de kwestie van het graf van dr. Soumokil voorgelegd aan de president van de rechtbank te Den Haag. Aangezien de landsadvocaat toen heeft toegezegd dat de kwestie van het graf van dr. Soumokil door de regering zou worden opgepakt, heeft de rechter hierover geen oordeel hoeven te geven.

Intussen zijn wij bijna zestien jaar verder en is de situatie onveranderd gebleven. Daar moet verandering in komen.

Op 21 september 2025 is, mede namens mevrouw J. Soumokil-Taniwel, de Nederlandse minister-president verzocht om tijdens het bezoek van president Prabowo de kwestie van het graf en de stoffelijke resten van dr. Soumokil nadrukkelijk en onvoorwaardelijk aan de orde te stellen. In die brief is er terecht op gewezen dat bijna zestig jaar na de executie eindelijk duidelijkheid moet komen.

Het antwoord van Nederlandse zijde van 24 september 2025 is veelzeggend en pijnlijk tegelijk. Daarin staat enkel genoteerd: “Ik kan u verzekeren dat de situatie van betrokkene onze aandacht heeft.” Wie al zestig jaar wacht, heeft geen behoefte aan geruststellende antwoorden, maar aan de waarheid.

In de brief van 24 maart 2026 van de RMS-regering aan de Nederlandse minister-president staat een zin die ik vandaag hier letterlijk wil herhalen:

“Een monument kan nooit in de plaats treden van waarheidsvinding.” Een monument eert. Maar waarheidsvinding openbaart. Een monument spreekt tot ons geweten. De waarheid spreekt zich uit over wat er is gebeurd, waar het lichaam is en wie de macht heeft om een einde te maken aan dit onrecht.

Daarom is op 24 maart 2026 opnieuw, mede namens mevrouw Soumokil, een indringend verzoek aan de Nederlandse regering gedaan. Daarin staat niet alleen dat eerdere verzoeken geen concreet resultaat hebben opgeleverd. Daarin staat ook dat Nederland een eigen historische en juridische verantwoordelijkheid draagt en dat deze kwestie voor de weduwe, de familie en het Molukse volk een open wond blijft zolang de plaats van het graf onbekend is en de stoffelijke resten niet worden teruggegeven.

Dat is de actualiteit van vandaag. Bijna zestig jaar na de executie. Jaren na toezeggingen. Na brieven. Na vragen in de Tweede Kamer. Na diplomatieke contacten. Na herhaalde verzoeken. Nog steeds geen duidelijkheid. Nog steeds geen graf. Nog steeds geen terugkeer van zijn stoffelijke resten.

Wie dus vandaag denkt dat dit monument het slotstuk is, vergist zich. Dit monument is geen eindpunt. Dit monument is een zichtbaar, waardig en noodzakelijk tussenpunt. Maar het vervolg moet zijn: volledige waarheidsvinding over de laatste rustplaats van dr. Soumokil, bekendmaking van die plaats, en overdracht van zijn stoffelijke resten aan zijn familie en aan het Molukse volk.

Daarom moet vandaag een dubbele boodschap klinken.

Aan Indonesië moet worden gezegd: de tijd van verzwijgen moet eindigen. Het graf van dr. Soumokil moet bekend worden gemaakt.

Aan Nederland moet worden gezegd: voorzichtigheid kan niet eeuwig als alibi blijven dienen. Wat in 1966 minimaal en uiterst voorzichtig was, mag in 2026 niet opnieuw verzanden in behoedzame formuleringen, vertrouwelijke contacten en uitblijvende antwoorden. Wie zegt dat de zaak aandacht heeft, moet die aandacht omzetten in resultaat.

 

Dit klemt te meer nu Nederland vorig jaar nog vol trots bekend heeft gemaakt dat met de Republiek Indonesië overeenstemming was bereikt over de teruggave van Indonesische cultuurgoederen, waaronder de zogenaamde Javaanse schedel. Is deze eeuwenoude schedel van een onbekend gebleven persoon, meer waard dan de stoffelijke resten van dr. Soumokil, waarop weduwe Njonja Soumokil, de familie en het Molukse volk reeds zestig jaar wachten?

Ik vroeg mij dan ook af: wat zou Njonja hebben gevoeld bij het horen van dit bericht?

Er is vandaag verdriet. Er is boosheid. Er is pijn. Maar boven alles moet hier vandaag onze kracht worden getoond. Geen veerkracht, maar daadkracht. Alles vanuit de overtuiging dat het Molukse volk recht moet worden gedaan. Daarvoor zal moeten worden gestreden.

Want zoals dr. Soumokil zelf schreef in 1956:

            de weg naar de vrijheid is lang en moeilijk. Maar een strijd die op recht is           gebaseerd, zal uiteindelijk in een overwinning resulteren.

 

Mena!

 

[1] Dissertatie mr.C.R.S. Soumokil , Rijksuniversiteit Leiden, 1934: studie van het materieel strafrecht

[2] Regeling van geschillen neergelegd in Nederlands-Indonesische Unie. In 1949 was daartoe een speciaal Unie-Hof van Arbitrage opgericht.

[3] Lezing dr.W.Drees in kader lustrum studievereniging GDH Ubbo Emmius Groningen, 28 april 1976

[4] Brief mr.dr.Soumoukil aan de algemeen vertegenwoordiger RMS in het buitenland, dr. P.J.Nikikuluw (archief P.J.Nikijuluw , Moluks Museum)

[5] Penatapan President Indonesia no.16 tahun 1963: Mahkamah militer luar Biasa (Mahmilub)

[6] Putusan hukuman mati dr.Soumokil:   Mahmilub no.1 tanggal  25 april 1964

[7] Nationaal Archief, Memorandum DOA 24 mei 1966. Codeberichten Buitenlandse Zaken 9 april en 12 april 1966.

[8] Nationaal Archief, Memorandum DOA 11 januari 1968 inzake monument in Moordrecht wijlen dr. Soumokil