Maluku: onze toekomst mag niet door anderen worden bepaald

26 juni 2026

Door: mr. J.G. Wattilete (SH)

Amsterdam – 26 Juni 2026

Op zondag 21 juni 2026 gebeurde in Rotterdam iets wat lange tijd bijna ondenkbaar leek. De Nederlandse minister-president Rob Jetten bood namens zijn regering excuses aan voor de wijze waarop de Molukse KNIL-militairen en hun gezinnen in 1951 in Nederland zijn ontvangen en behandeld.

Hij sprak over het harteloze en oneervolle ontslag, de gebrekkige opvang, het lange zwijgen en de pijn die ouders aan hun kinderen hebben doorgegeven.

Op diezelfde nationale bijeenkomst sprak ik als president van de regering in ballingschap van de Republik Maluku Selatan. Dat de Nederlandse minister-president en de president van de RMS op één grote Molukse herdenkingsbijeenkomst aanwezig waren en ieder een eigen boodschap uitsprak, was uniek en veelbetekenend.

Laten wij eerlijk zijn: Jetten sprak tot de Molukse gemeenschap en niet tot de RMS-regering. Maar wie alleen dat vaststelt, mist wat er werkelijk gebeurde.

De RMS was openlijk en zichtbaar aanwezig. Haar president sprak over 25 april 1950, over het recht op zelfbeschikking, over de verantwoordelijkheid van Nederland en over het lot van president Christiaan Soumokil.

Dat is nog geen overwinning. Het is wel een opening. En een opening moet worden gebruikt.

De excuses van Jetten gingen vooral over wat de eerste generatie in Nederland is aangedaan. Die erkenning was noodzakelijk en veel te lang uitgebleven. Maar onze geschiedenis begon niet in Rotterdam. Onze geschiedenis begon in Maluku.

De Molukse militairen kwamen niet als gewone migranten naar Nederland. Zij werden tegen hun wil overgebracht in de nasleep van een politieke en militaire strijd in Maluku. De federale staatsvorm van de Republiek der Verenigde Staten van Indonesië werd afgebroken. De Zuid-Molukken kregen geen vrije gelegenheid om zelf hun politieke toekomst te bepalen. Op 25 april 1950 werd in Ambon de Republik Maluku Selatan geproclameerd. Daarna viel het Indonesische leger het grondgebied van de RMS binnen en werd het onder Indonesisch gezag gebracht. Deze bezetting is in strijd met het internationaal recht en derhalve onrechtmatig te noemen.

Indonesië bestempelt de RMS nog steeds als een separatistische beweging. Die aanduiding is vanuit onze geschiedenis onjuist. Zij doet alsof Maluku vrijwillig en zonder dwang deel was geworden van een reeds gevestigde Indonesische eenheidsstaat.

Op 25 april 1950 bestond die eenheidsstaat nog niet in de vorm die op 17 augustus 1950 tot stand kwam. De RMS werd uitgeroepen terwijl de overeengekomen federale structuur in hoog tempo werd ontmanteld. Het ging daarom niet om een groep die een gevestigde staat wilde verscheuren. Het ging om een volk dat zijn eigen politieke toekomst uitsprak en daarna met militair geweld onder een ander gezag werd gebracht.

Voor de RMS is wat daarna gebeurde annexatie en bezetting. Dat standpunt is nog niet door een onafhankelijk internationaal gerecht, zoals het internationaal gerechtshof in Den Haag definitief beoordeeld. Juist daarom moet de waarheid worden onderzocht. De verdragen, staatsrechtelijke verhoudingen en politieke afspraken uit 1949 en 1950 moeten opnieuw en zonder vooringenomenheid worden bestudeerd. Ook de rol van Nederland en Indonesië moet eerlijk worden onderzocht.

Het recht op zelfbeschikking is een fundamenteel recht van volken. Het Handvest van de Verenigde Naties erkent het beginsel van zelfbeschikking. De internationale mensenrechtenverdragen bepalen dat alle volken vrij hun politieke status mogen bepalen en vrij hun economische, sociale en culturele ontwikkeling mogen nastreven. Ook in de afspraken en overeenkomsten rond de soevereiniteitsoverdracht van 27 december 1949 kreeg het beginsel van zelfbeschikking een belangrijke plaats.

Dat recht geldt niet alleen wanneer machtige staten daarmee instemmen. Het heeft juist betekenis wanneer een volk lange tijd niet vrij heeft kunnen spreken en niet vrij over zijn eigen toekomst heeft kunnen beslissen. Het recht op zelfbeschikking verjaart niet.

Daarom is de aangenomen motie van het Nederlandse Kamerlid Don Ceder en zijn mede-indieners belangrijk. De motie vraagt om onafhankelijk onderzoek naar het verleden, de komst en het vijfenzeventigjarige verblijf van Molukkers in Nederland, de doorwerking daarvan en de rol van de Nederlandse Staat. Ook de koloniale betrokkenheid en het dekolonisatieproces worden uitdrukkelijk genoemd.

De motie geeft nog niet alle antwoorden. Zij opent wel een deur. Een werkelijk onafhankelijk onderzoek kan niet pas in 1951 beginnen. Het moet teruggaan naar 27 december 1949 en daarvoor, naar het ontstaan van de federale staat, naar de deelstaat Oost-Indonesië, naar de ontmanteling van de federale structuur en naar de gebeurtenissen rond 25 april 1950. Alleen dan kan worden begrepen waarom de Molukse militairen en hun gezinnen uiteindelijk naar Nederland zijn overgebracht en waarom hun hoop op terugkeer werd gebroken.

Deze zaak gaat bovendien niet alleen over vroeger. Zij gaat over het leven van de mensen in Maluku vandaag.

Maluku is rijk. Onze zeeën zijn rijk aan vis. Onze bodem en zeebodem bevatten waardevolle grondstoffen. Onze eilanden liggen op een strategische plaats tussen Azië, Australië en de Stille Oceaan. Onze mensen hebben talent, kennis en kracht. Toch leven te veel gezinnen in armoede en onzekerheid. In de landelijke gebieden leeft bijna één op de vier inwoners onder de officiële armoedegrens. Veel jongeren hebben geen toegang tot goed en betaalbaar onderwijs of tot stabiel en behoorlijk betaald werk.

Maluku levert al tientallen jaren vis en andere rijkdommen. In het uiterste zuiden van Maluku ligt voor de kust het Masela-gasblok, met een gasvoorraad van internationale betekenis. Maar de verwerking, de grote investeringen en de belangrijkste politieke en economische besluiten vinden grotendeels buiten Maluku plaats. De rijkdom ligt bij ons, terwijl de macht om erover te beslissen vooral elders ligt. Daardoor profiteert Maluku er uiteindelijk onvoldoende van.

De wereld verandert ondertussen snel. De Indo-Pacific wordt steeds belangrijker. Grote landen kijken naar zeewegen, visgronden, energie en mineralen. Maluku ligt niet aan de rand van die ontwikkeling. Maluku ligt er middenin. Daarom wordt de vraag wie over onze eilanden, onze zeeën en onze rijkdommen beslist steeds dringender. Het Molukse volk moet als eerste profiteren van wat zijn land en zee voortbrengen.

Maluku is niet arm aan mogelijkheden. Maluku is arm aan zeggenschap over zijn eigen mogelijkheden. Geen staat wordt sterker door vreedzame vragen over geschiedenis, recht en zelfbeschikking te onderdrukken. Geen regering hoeft bang te zijn voor open onderzoek wanneer zij overtuigd is van haar eigen historische en juridische gelijk.

Aan Indonesië zeg ik daarom: wees niet bang voor de waarheid.

De RMS kiest voor een vreedzame, democratische en volkenrechtelijke weg. Wij geloven dat een rechtvaardige zaak geen angst hoeft te hebben voor open debat, onafhankelijk onderzoek en internationaal recht. Wij roepen Indonesië op in te stemmen met een onafhankelijke internationale beoordeling van de geschiedenis, de status van de RMS en het recht op zelfbeschikking van het Molukse volk, bij voorkeur door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag. Ons standpunt is helder: wie zeker is van zijn historische en juridische gelijk, hoeft een onafhankelijke internationale toets niet te vrezen.

Tegen onze landgenoten in Maluku wil ik het volgende zeggen. De band tussen Maluku en Nederland is na vijfenzeventig jaar diep. Meer dan 75.000 Molukkers wonen in Nederland. In vrijwel ieder dorp in Maluku wonen families die verwanten of dorpsgenoten in Nederland hebben. Daarom kleurt Ambon oranje wanneer Nederland voetbalt. Niet alleen door het verleden, maar vooral door de levende banden tussen kinderen van één volk.

Wij zijn samen trots op voetballers met Molukse wortels: Sonny Silooy, Simon Tahamata, Giovanni van Bronckhorst, Tijjani Reijnders en vele anderen. Zij hebben gespeeld of spelen bij grote clubs en in de grootste stadions ter wereld. Maar Ambon, waar hun wortels liggen, beschikt nog steeds niet over voldoende goed bespeelbare voetbalvelden, laat staan over een fatsoenlijk stadion dat past bij het talent van onze jongeren. Daardoor blijft veel talent onontdekt en onbenut.

Curaçao is qua oppervlakte kleiner dan het eiland Ambon en speelt in 2026 op het wereldkampioenschap voetbal. Dat laat zien dat de omvang van een land niet bepaalt of een volk internationaal kan meedoen. Een klein land kan een eigen team, een eigen vlag en een herkenbare plaats op het wereldtoneel hebben. Grootte bepaalt niet onze toekomst. De wil, het talent en de eenheid van een volk doen dat.

Daarom kijk ik vooruit. Er komt een moment waarop Ambon tijdens een wereldkampioenschap niet langer alleen oranje kleurt. Dan kleurt Ambon rood, groen, wit en blauw.

Onze jongeren zullen dan spelen voor hun eigen land, voor hun eigen volk en onder hun eigen vlag. In het stadion klinkt ons volkslied, ‘Maluku Tanah Airku’. Zij zullen niet alleen dromen van een plaats bij een buitenlandse club. Zij zullen het shirt van Maluku dragen.

Die toekomst wordt niet vanzelf werkelijkheid. Zij vraagt eenheid. Zij vraagt moed. Zij vraagt kennis van onze geschiedenis. En zij vraagt dat wij onze kinderen niet alleen vertellen wat ons is aangedaan, maar ook waartoe ons volk in staat is.

Op 25 april 1950 werd geschiedenis geschreven. Op 21 juni 2026 werd in Rotterdam een nieuwe bladzijde toegevoegd. Nederland erkende een belangrijk deel van het onrecht dat de eerste generatie is aangedaan. De RMS maakte duidelijk dat het Molukse verhaal niet in 1951 begon en daar ook niet eindigt. Onze vreedzame strijd gaat door totdat het Molukse volk recht is gedaan en vrij over zijn eigen toekomst kan beslissen.

 Jij en ik bepalen de toekomst van Maluku.